Spreken in vier kleuren

In mijn werk maak ik veel gebruik van een model dat ik vooralsnog, bij gebrek aan een betere benaming, maar even omschrijf als “spreken in vier kleuren”. Ik zal dat model hier proberen zo goed mogelijk uit te leggen.

Stel, je zit in de trein en je hoort, een paar bankjes achter je, een vrouw een gesprek voeren. Je kent haar niet, je kunt haar ook niet zien en je weet niet waar het gesprek over gaat. Maar toch vorm je je, puur op basis van wat je hoort, de toon waarop ze spreekt, het spreektempo, de zinsmelodie, al heel snel een beeld van die persoon. Je kunt een inschatting maken van hoe oud de vrouw ongeveer is, waar ze vandaan komt en van haar achtergrond. Misschien bedenk je ook wel hoe ze eruit zou kunnen zien. Maar veel belangrijker: je vormt je een beeld van haar stemming en haar persoonlijkheid. Klinkt de stem gehaast, opgewekt, belerend of betrokken? Komt de vrouw betrouwbaar over, vriendelijk of juist afstandelijk? Of je het nu wilt of niet, je vindt iets van deze vrouw, alleen op basis van hoe ze klinkt.

Waar je vaak niet bij stilstaat is dat anderen zich natuurlijk even goed zo’n beeld van jou vormen, zodra je iets zegt. En het ergste is misschien nog wel: de luisteraar heeft altijd gelijk. Want ook als het jouw bedoeling was om enthousiast een verhaal te vertellen, maar een iemand anders vindt dat je drammerig overkomt, dan is dat zo. Dan kom je dus drammerig over, ondanks jouw goede bedoelingen om enthousiast te klinken. Om je te helpen het beeld dat anderen over jou als spreker vormen enigszins bewust bij te sturen, heb ik dit model ontwikkeld.

Vier standen

De basis van het model wordt gevormd door vier standen, een soort receptjes voor stemgebruik. Die standen heb ik kleuren gegeven: rood, geel, groen en blauw. Voor die kleuren is verder geen goede reden, ik had net zo goed voor windrichtingen of seizoenen kunnen gaan, het is enkel bedoel om er makkelijker over te kunnen praten. Iedere kleur heeft zijn eigen toon, ritme en intonatiepatroon.

Aan elk van de vier kleuren verbinden luisteraars associaties, zowel positieve als negatieve. Die associaties hebben per kleur een soort overkoepelend thema. Spreken in rood levert termen op die te maken hebben met energie, groen gaat over autoriteit, geel over contact en blauw over rust. Het is idee is nu dat je als spreker je geluid, je manier van spreken bewust probeert aan te passen zodat je daarmee invloed kunt uitoefenen op hoe de luisteraar dat wat je zegt bijvoorbeeld interpreteert.

Gewicht en scherpte

De vier kleuren verschillen van elkaar op meerdere manieren, maar de belangrijkste ordening is langs twee assen, namelijk ‘gewicht’ en ‘scherpte’.

Gewicht zegt iets over of je meer hoge of lage tonen in de stem waarneemt. Dat lijkt een beetje op toonhoogte maar is toch net iets anders. Als je naar muziek luistert en je draait aan de knopjes ‘bass’ en ‘treble’ op de versterker, verandert de toonhoogte van de muziek niet. Je benadrukt alleen wat meer de lage of juist hoge klanken van dezelfde muziek. Zo werkt het met de stem ook. In een lichte stem hebben de hogere klanken de overhand, terwijl je in een donkere stem juist de lagere tonen sterker waarneemt.

Zoals gewicht op toonhoogte lijkt, maar dat toch niet helemaal is, zo lijkt scherpte op volume. Met scherpte bedoel ik de metalige, harde kwaliteit die een geluid kan hebben. Je komt die eigenschap tegen bij indringende en, inderdaad, vaak harde geluiden. Het geluid van een huilende baby bijvoorbeeld, elektrisch gitaren, powertools, alarmsignalen en sirenes bezitten allemaal veel van deze metaligheid of scherpte. Het maakt dat het geluid heel gemakkelijk door ander geluid heen klinkt en dat het al snel erg hard klinkt. Zelfs als het strikt genomen misschien niet eens zo verschrikkelijk luid is, komt een scherp geluid flink bij je binnen. Daarin verschilt het dus van puur volume. Ook niet scherpe geluiden kunnen luid zijn, denk bijvoorbeeld aan de doffe knal van een grote explosie. Dat geluid is keihard maar niet scherp. De knal van een rotje is hard en scherp.

Op basis van deze twee assen zijn er dus vier combinaties mogelijk. Dat zijn in de basis de vier kleuren. Rood is scherp en licht, groen is scherp en zwaar, blauw is gedempt en zwaar en geel is gedempt en licht. Maar daarmee zijn de “receptjes” voor het stemgebruik nog niet helemaal af. Naast de eigenschappen gewicht en scherpte spelen ook ritme, tempo, projectie en intonatie een rol. Ik zal hieronder per kleur een iets uitgebreidere beschrijving geven om een completer beeld te schetsen van hoe de vier kleuren precies klinken.

Vier kleuren

rond.png

Een rode stem is dus scherp en licht. De manier van spreken is naar buiten gericht, zover naar buiten zelfs dat je als luisteraar de ervaring kunt hebben dat dat wat gezegd wordt niet voor jou bedoeld is maar over je heen vliegt. Het spreektempo ligt meestal hoog en de lettergrepen zijn kort, puntig. Er zijn weinig pauzes te horen tussen de woorden en zinnen. Rode stemmen worden doorgaans geassocieerd met energie. We vinden het enthousiast klinken, gepassioneerd, activerend, opzwepend, energiek, visionair. Maar het kan evengoed drammerig zijn, druk, agressief, overdreven, te heftig.

Helemaal aan de andere kant van het spectrum staat blauw. Een blauwe stem klinkt zwaar en gedempt. Het stemgeluid lijkt meer naar binnen gericht, bijna alsof je tegen jezelf praat. Het tempo ligt lager, er zijn meer pauzes. De zinnen lopen vloeiend door, maar er is ruimte voor pauzes. Blauw gaat over rust. Blauwe sprekers vinden we vaak beheerst, relaxed, weloverwogen, vertrouwenwekkend en gebalanceerd maar ook saai, sloom, ongeïnteresseerd, ongeïnspireerd, twijfelend of koel.

Ook zwaar maar dan scherp, is groen. Groen klinkt erg gericht, je voelt je als luisteraar direct aangesproken. Woorden en lettergrepen worden vaak redelijk kort, staccato uitgesproken maar er zit wel veel ruimte tussen de woorden en zinnen waardoor het spreektempo toch niet erg hoog ligt. Zinnen eindigen veelal op een lagere toon dan dat ze begonnen. Er worden duidelijke punten gezet. Groen heeft te maken met autoriteit. Het klinkt zelfverzekerd, leidend, capabel, zakelijk, alsof je weet waar je het over hebt, maar kan ook nors zijn of arrogant, dominant, intimiderend, nietsontziend, kortaf.

En tot slot is er nog geel, licht en gedempt. Niet erg luid, soms wat ongericht, alsof niet helemaal duidelijk is voor wie de woorden bestemd zijn. Sprekers in geel hebben vaak een wat hoger spreektempo en verlengen soms lettergrepen, met name aan het einde van zinnen. Zinnen eindigen vaak omhoog. Geel gaat over contact. We vinden het vaak aardig klinken, lief, dienstbaar, betrokken, geïnspireerd, maar soms ook onzeker, kinderlijk, naïef, fladderig, niet serieus.

Een dynamisch model

Niemand spreekt de hele tijd in dezelfde kleur. Je past je stemgebruik de hele dag door aan, afhankelijk van de situatie en degene die je tegenover je hebt. Thuis op de bank klink je anders dan met vrienden in de kroeg. Een sollicitatiegesprek voer je (hopelijk) op een andere toon dan een telefoongesprek met je moeder. Het is dan ook niet zo dat je een van de kleuren bént, je maakt gebruik van een kleur, afgestemd op de situatie. Wel is het zo dat veel sprekers eerder naar een of twee kleuren neigen. En sommige mensen bedienen zich nooit of bijna nooit van een bepaalde kleur, omdat ze die niet prettig vinden klinken of niet goed bij zich vinden passen. Dat is natuurlijk jammer, want daarmee laat je een hoop mogelijkheden onbenut.

Het is belangrijk te benadrukken dat de associaties die luisteraars aan de kleuren verbinden eigenlijk maar heel weinig zeggen over de spreker. Het zijn geen persoonlijkheidskenmerken van degene die praat. Iemand die heel aardig en betrokken is, kan evengoed in groen spreken. Het zijn stickers die we plakken op het geluid dat we waarnemen. Ze zeggen dus in zekere zin veel meer over de luisteraar dan over de spreker. De stemming van de luisteraar speelt daarbij ook een niet te onderschatten rol. Wanneer je bijvoorbeeld zelf een slechte bui hebt, ben je bijvoorbeeld eerder geneigd blauw te interpreteren als ongeïnteresseerd dan als vertrouwenwekkend.

Beelden

projectie kader.png

Om de kleuren zelf effectief te kunnen inzetten, is het handig gebruik te maken van beelden. Niet iedereen heeft baat bij dezelfde beelden, daarom stel ik er hier wat verschillende voor. Natuurlijk kun je ook zelf nieuwe beelden verzinnen die je helpen om de vier kleuren snel te kunnen benaderen.

Een manier om de kleuren makkelijk te vinden, is je bewust te zijn van de plaatsing van het geluid. Je kunt geluid richten op verschillende plekken in je lichaam. Probeer maar eens. Leg je hand op je borst en maak een mm-klank maakt, alsof je aan iets lekkers denkt. Voel je het geluid meetrillen, resoneren in je borst? En nu zeg je nog eens “hmmm”, maar dan een beetje ontevreden, alsof je het allemaal niet helemaal vertrouwt. Grote kans dat je de trilling van het geluid nu veel meer richting je neus voelt. Op die manier kun je je stem richten op verschillende plekken in je lijf. Iedere kleur heeft een eigen plek in je lichaam. Rood lijkt vanuit je gezicht te komen, geel is naar je kruin gericht, groen vanuit je buik en blauw zit in je borstkas.

Net zoals het geluid een plek heeft ín je lichaam, heeft het ook een plek daarbuiten. Het ene stemgeluid reikt verder dan het andere. We noemen dat projectie. Rood is van alle kleuren het meest naar buiten gericht. Het vliegt zelfs makkelijk over de luisteraar heen, ook naar buiten de ruimte waarin gesproken wordt. Blauw daarentegen is het meest naar binnen gericht. Het geluid blijft dichtbij de spreker. Geel en groen zitten daar tussenin, met als belangrijkste verschil dat groen vaak de gehele ruimte vult waarin gesproken wordt en geel niet.

pijltjes.png

Een ander beeld dat ik vaak gebruik is dat van de pijltjes. Iedere kleur heeft een globale richting, die zich het best laat vertalen in een pijl. Met een globale richting bedoel ik een combinatie van het intonatiepatroon en de projectie. Zo gaat groen in toonhoogte duidelijk naar beneden aan het einde van de zin, terwijl gele zinnen juist omhoog eindigen. Wanneer mensen in rood spreken lijkt het geluid over toehoorders of ander geluid te vliegen, terwijl het er bij blauw juist onderdoor lijkt te gaan. Het kan helpen de richting van de pijl in te zetten als handgebaar tijdens het spreken.

Je kunt ook gebruik maken van situaties waarin je van jezelf weet dat je op een bepaalde manier spreekt. Bijvoorbeeld wanneer je ergens enthousiast over bent, of je ergens over opwindt. Dan praat je waarschijnlijk in rood. Als je een compliment geeft of een verzoek richt tot iemand, spreek je vermoedelijk geel. Als je tegen jezelf praat is dat voor de meeste mensen in blauw en je grenzen aangeven doen de meesten in groen. Een nadeel van het gebruik van dit soort spreeksituaties is dat het al heel concrete situaties zijn, met daaraan gekoppelde bedoelingen en emoties die niet altijd overeenstemmen met de situaties waarin je de kleuren probeert toe te passen. Maar om de verschillende kleuren te oefenen, kan het een prima ingang zijn.

Je kunt ook personages gebruiken om tot de juiste kleur te komen. Rood is dan bijvoorbeeld de opgewonden politicus of een (karikatuur van een) Italiaan. Blauw is de therapeut of een onderkoelde puber. Groen de politieagent of nieuwlezer en geel de trotse ouder of vriendelijke receptionist. Ook hier geldt natuurlijk, dat het het beste werkt met personages die voor jou kloppen. Je kunt ook gebruik maken van (voor jou) bekende mensen die vooral in een bepaalde kleur praten. Bijvoorbeeld Twan Huys voor groen en Herman van Veen voor blauw.

Je kunt de kleuren ook koppelen aan muziekinstrumenten. Rood: koperblazers, knetterende trompetten. Groen: laag slagwerk, pauken. Blauw: lage strijkers in lange noten, cello. Geel: harp of fluit. Leestekens werkt ook goed. Rood: uitroepteken, groen: punt, blauw: komma, geel: vraagteken. Of, als dat je ding is, aan elementen. Rood: vuur, groen: aarde, blauw: water, geel: lucht.

Uiteindelijk maakt het niet zoveel uit welk beeld je gebruikt, als het maar werkt. Mijn advies is om er een of twee te kiezen die het voor jou goed doen en het daar dan bij te houden. Belangrijk is in ieder geval dat je je bij het beïnvloeden van je stemgebruik richt op het aanpassen van het geluid zelf en je niet al te zeer laat leiden door de onderliggende intentie van wat je wilt zeggen. Weet dat je waarschijnlijk alle kleuren wel eens gebruikt en vaak op een heel effectieve manier. Dit is niet iets totaal anders dan wat je normaal doet. Het is voor een groot deel alleen maar expliciet maken wat de meesten onderbewust al toepassen wanneer ze spreken.

Tot slot

Spreken is natuurlijk eindeloos veel genuanceerder dan deze vier vrij lompe standen. Het idee is zeker ook niet dat iedereen altijd heel duidelijk in een van de vier kleuren spreekt. Vaak mengen we (al is mengen tussen blauw en rood en tussen groen en geel vrijwel niet mogelijk) en nog veel vaker wisselen we vaak en snel tussen de verschillende kleuren. Soms doen we dat per zin, soms zelfs per woord of lettergreep. Ook kun je gradaties in de kleuren toepassen. Je kunt bijvoorbeeld een klein beetje rood of knalrood spreken. Op die manier blijft er ook nog ruimte voor zoiets als “neutraal” spreken, in het midden van het schema, tussen alle kleuren in. Zie het dus vooral niet als een keiharde handleiding voor stemgebruik. Het biedt op z’n best een soort richting, een handvat van waaruit je kunt werken.

Dit model is in zekere zin ook niets nieuws. Het beschrijft vooral wat we vaak onbewust al doen terwijl we spreken. Ook de ordening van verschillende manieren van spreken is geen originele gedachte (en al helemaal niet in vieren). Al sinds mensenheugenis proberen we dat wat moeilijk grijpbaar is in overzichtelijke modellen te vangen. Denk bijvoorbeeld aan de vele pogingen om iets ingewikkelds als persoonlijkheid in verschillen types te organiseren. Dit model is vooralsnog niet hard onderbouwd door gedegen onderzoek. Het is gebaseerd op mijn eigen observatie en op wat ik weer geleerd heb van anderen. Ik hoop in de toekomst wat onderzoek te kunnen doen om mijn overtuiging ook met data te kunnen staven.

Het blijft work in progress. Daarom zullen er vast dingen aan blijven veranderen. Alle feedback is dan ook van harte welkom. Neem contact met me op als je er meer over wilt weten of feedback wilt geven.